Een goede aansluiting op een bestaande gevel bepaalt of een lessenaarslichtstraat duurzaam, waterdicht en passend bij de woning kan worden gerealiseerd. De hellingshoek, opstand, afmetingen en afdichting moeten als één bouwkundig geheel worden uitgewerkt. Zo ontstaat extra daglicht zonder onduidelijke overgangen tussen dak, gevel en aluminium constructie. Lees verder wat deze aansluiting vraagt.
Hoe sluit een lichtstraat aan op een bestaande gevel?
Een lessenaarslichtstraat sluit met de hoge zijde aan tegen een bestaande opgaande gevel. Het dakvlak loopt vanaf die gevel schuin af naar de lage zijde. Deze dakvorm maakt het mogelijk om daglicht binnen te brengen via een hellend glasvlak. Tegelijkertijd voert het dakvlak regenwater van de gevel af.
De aansluiting bestaat niet alleen uit het zichtbare aluminium profiel. Ook de opstand, bevestiging, afdichting en overgang naar het bestaande dak horen bij de technische uitwerking. Bij de aansluiting op dak en gebouw wordt daarom gekeken naar de volledige situatie rond de lichtstraat.
De bestaande gevel vormt het uitgangspunt voor de maatwerkconstructie. De positie van ramen, deuren, hemelwaterafvoer en aanwezige dakdetails kan invloed hebben op de beschikbare ruimte. Ook de opbouw en staat van de muur zijn van belang voor een correcte bevestiging.
De gevel bepaalt de positie van de lessenaarslichtstraat
De hoge zijde van een lessenaarslichtstraat moet op een logische hoogte tegen de gevel aansluiten. Die hoogte heeft invloed op de hellingshoek van het glasdak, de doorloophoogte onder de lichtstraat en de aansluiting op het bestaande dak. Een maatwerkontwerp brengt deze onderdelen vooraf samen.
De afmetingen worden niet alleen bepaald door de gewenste hoeveelheid licht. Ook de beschikbare dakbreedte, de diepte van het dakvlak en de ruimte tussen de gevel en andere bouwdelen tellen mee. Bij een aanbouw of serre moet de lichtstraat passen binnen de draagconstructie en de dakopbouw.
Voor de positionering worden onder meer deze punten beoordeeld:
- de hoogte en vlakheid van de bestaande gevel;
- de beschikbare breedte en diepte van het dakvlak;
- de gewenste hellingshoek voor afwatering;
- de aansluiting op aanwezige kozijnen, dakranden of afvoeren;
- de opbouw van het bestaande dak en de onderliggende draagconstructie;
- de relatie tussen lichtstraat, binnenruimte en lichtinval.
Een lichtstraat kan niet los van deze punten worden ingemeten. Een kleine afwijking in de gevel of dakopbouw kan zichtbaar worden in de aansluiting. Daarom wordt de constructie afgestemd op de werkelijke situatie van de woning.

Waar moet u op letten bij montage tegen een bestaande muur?
Montage tegen een bestaande muur vraagt om een ondergrond die geschikt is voor verankering. De gevel moet voldoende vlak en stabiel zijn op de plaats waar het aansluitprofiel komt. Scheuren, oneffenheden, verouderde voegen of bestaande gevelopeningen kunnen aanleiding zijn voor aanvullende beoordeling.
De bevestiging moet de lichtstraat op zijn plaats houden zonder de gevel onnodig te belasten. Welke bevestigingsmethode past, hangt af van de opbouw van de muur en de constructieve situatie. De montage wordt daarom voorbereid vanuit de bestaande bouwkundige gegevens en de inmeting op locatie.
Water moet gecontroleerd van de gevel af
Bij een gevelaansluiting is de afvoer van regenwater een vast onderdeel van het ontwerp. Zorg ervoor dat water niet achter het aansluitprofiel of tussen de lichtstraat en de gevel komt. De hellingshoek van de lessenaarslichtstraat helpt om water naar de lage zijde af te voeren.
De overgang wordt opgebouwd met aansluitprofielen, afdichtingen en weerbestendige kit. Deze onderdelen sluiten de constructie aan op de gevel en vangen bewegingen op. De detaillering moet ook bij slagregen voorkomen dat water in de dakopbouw of woning komt.
Een goede aansluiting vraagt om twee functies. De eerste afdichting voorkomt dat water binnendringt. De tweede laag voert eventueel water naar buiten af. Daardoor is de overgang niet afhankelijk van één enkele kitnaad of één profiel.
Luchtdichtheid en isolatie horen bij dezelfde overgang
De aansluiting tegen de gevel heeft ook invloed op het comfort in de ruimte onder de lichtstraat. Kieren kunnen leiden tot tocht of ongewenste warmteverliezen. Daarom moeten profielen, afdichtingen en de aansluiting op de bestaande dakisolatie op elkaar aansluiten.
Een thermische onderbreking voorkomt warmteoverdracht in aluminium profielen. Bij de overgang van oud naar nieuw moet ook aandacht zijn voor de isolerende laag rond de opstand en dakconstructie. De precieze uitwerking hangt af van de bestaande situatie en het gekozen maatwerkontwerp.
De glasvulling maakt eveneens deel uit van de totale opbouw. Ter Huurne werkt bij aluminium serres standaard met HR++ veiligheidsglas. Voor lichtstraten wordt de beglazing afgestemd op de constructie, het gebruik van de ruimte en de ligging van het dakvlak.
Een opstand vormt de basis voor een stabiele aansluiting
De opstand is de verhoogde rand waarop een lichtstraat wordt geplaatst. Bij een lessenaarslichtstraat bepaalt deze rand mede de hoogte van het glasdak en de aansluiting op de gevel. De opstand moet maatvast zijn en aansluiten op de draagconstructie van het dak.
Ook de verhouding tussen hoge en lage zijde vraagt aandacht. Een te geringe helling kan de afwatering beperken. Een grotere helling verandert juist de hoogte aan de gevelzijde en het aanzicht van de woning. De juiste verhouding volgt uit de beschikbare ruimte, de dakvorm en de technische uitwerking.
Zorg ervoor dat de opstand en het dak goed aansluiten op de bestaande isolatie. Daarmee wordt voorkomen dat de overgang een afzonderlijke koude zone vormt. De fundering en vloer zijn vooral relevant wanneer de lichtstraat onderdeel is van een nieuwe serre of aanbouw.
Kan een lichtstraat achteraf tegen de gevel worden aangesloten?
Een lichtstraat kan achteraf tegen een bestaande gevel worden aangesloten wanneer de bouwkundige situatie daarvoor geschikt is. Dit komt bijvoorbeeld voor bij een bestaande aanbouw met een gesloten dak, waarbij extra daglicht gewenst is. Ook bij een verbouwing kan een nieuw dakvlak worden voorzien van een lessenaarslichtstraat.
Bij een bestaande woning is voorafgaande controle extra belangrijk. Het dak moet ruimte bieden voor de constructie en de gevel moet geschikt zijn voor de aansluiting. De plaats van leidingen, kozijnen, dakranden en afvoeren kan invloed hebben op het ontwerp en de uitvoering.
De stappen voor een achteraf geplaatste lichtstraat zijn:
- De bestaande gevel en dakopbouw worden beoordeeld.
- De afmetingen, hellingshoek en positie van de lichtstraat worden bepaald.
- De opstand, draagconstructie en gevelaansluiting worden uitgewerkt.
- De aluminium constructie en beglazing worden op maat geproduceerd.
- De lichtstraat wordt gemonteerd en gecontroleerd op aansluiting en afwatering.
Bepaal of een vergunning nodig is, afhankelijk van de woning, de locatie en de geplande werkzaamheden. Ter Huurne adviseert over de situatie en kan ondersteuning bieden bij een vergunningstraject wanneer dat van toepassing is.

Maatwerk voorkomt onduidelijkheid bij de gevelaansluiting
Een bestaande gevel is zelden volledig vergelijkbaar met een andere woning. Daarom vraagt een aansluiting op een bestaande gevel om maatwerk in afmetingen, profielopbouw en afwerking. Het ontwerp moet aansluiten op de dakvorm en op de bouwkundige situatie, niet alleen op een gewenste afmeting.
Ter Huurne ontwerpt, produceert en monteert aluminium constructies met glas voor woningen. Wie een lichtstraat op maat laat plaatsen, krijgt een ontwerp waarin de aansluiting op gevel en dak vooraf wordt afgestemd. Dat geeft duidelijkheid over de uitvoering en biedt een passend uitgangspunt voor een offerteaanvraag.

