Wie een serre laat bouwen, doet dat in veel gevallen voor extra daglicht. Toch is lichtinval optimaliseren in een serre-ontwerp geen kwestie van zo veel mogelijk glas plaatsen. Het gaat om de combinatie van profieldikte, dakopbouw, oriëntatie en beglazingskeuze. Die combinatie bepaalt hoeveel licht uw ruimte bereikt en hoe dat licht wordt verdeeld. Hoe u die keuzes slim op elkaar afstemt, leest u in dit artikel.
Dunne aluminium profielen vergroten het glasoppervlak
Aluminium laat toe dat profielen slank worden uitgevoerd zonder verlies van constructieve sterkte. Dat is een direct voordeel voor lichtinval. Hoe smaller het profiel, hoe groter het glasoppervlak binnen dezelfde buitenmaat. Bij een serre van meerdere meters breed of diep telt dat verschil merkbaar op.
Aluminium profielen zijn thermisch onderbroken, waardoor de binnenkant en buitenkant van het profiel van elkaar zijn gescheiden door een isolerend materiaal. Dit voorkomt koude bruggen. Een koude brug is de overdracht van kou via het constructiemateriaal naar binnen. Het resultaat is een slanke constructie die bijdraagt aan zowel lichtinval als isolatiewaarde.
Bij het ontwerp en de maatvoering van een serre stemt Ter Huurne de profieldikte af op de constructieve belasting. Zwaardere dakconstructies vragen om steviger profielen. Bij grotere overspanningen geldt hetzelfde. Die afweging wordt per project gemaakt op basis van afmetingen en gebruik.
De dakvorm bepaalt hoe licht binnenkomt
Licht van boven valt dieper een ruimte in dan licht via een gevel. Bij een serre met een glazen dakvlak is de lichtopbrengst daardoor groter. Bij een gesloten dak is dat anders. De lichtopbrengst via het dakvlak is afhankelijk van het type beglazing en de helling van het dak.
Ter Huurne levert aluminium serres met verschillende dakvormen. De meest gebruikte dakvormen zijn:
- Lessenaarsdak: één hellend dakvlak, veelgebruikt bij aanbouwen
- Zadeldak: symmetrisch of asymmetrisch, geschikt voor grotere serres
- Platdak met knik: laag profiel met een kleine helling voor afwatering
Een lessenaarsdak met een helling richting de tuin laat bij een zuidoriëntatie veel licht toe. Dat geldt in het bijzonder in de wintermaanden. Een zadeldak verdeelt het licht over twee vlakken. De dakvorm die de meeste lichtinval geeft, hangt af van de oriëntatie van uw woning en de positie van de serre. De dakvorm wordt in het ontwerp afgestemd op de gewenste lichtwerking en de aansluiting op de bestaande woning.

Oriëntatie beïnvloedt de kwaliteit van daglicht
De oriëntatie van een serre bepaalt hoeveel licht er binnenkomt. Daarnaast bepaalt de oriëntatie op welk moment van de dag het licht binnenvalt en met welke intensiteit. Een zuidgevel ontvangt meer directe zon dan een noordgevel. Dat heeft gevolgen voor de warmteontwikkeling in de serre.
Bij een zuidgerichte serre is het glasoppervlak in de zomer langdurig blootgesteld aan direct zonlicht. Een noordgerichte serre ontvangt minder direct licht, maar dat licht is gelijkmatiger verdeeld over de dag. Als de serre op het oosten of westen ligt, wisselt de lichtinval per dagdeel. Deze informatie is relevant bij het bepalen van de positie van de gevelopeningen en de glaskeuze. Ook de toepassing van zonwering wordt hierop afgestemd.
Welk glas voor optimale daglichtopbrengst
Bij aluminium serres van Ter Huurne wordt standaard HR++ veiligheidsglas toegepast. Dit type glas combineert isolerende werking met inbraakwerende eigenschappen. Afhankelijk van de situatie en het gebruik kunt u kiezen voor triple glas of zonwerend glas.
Zonwerend glas verlaagt de hoeveelheid warmte die via het glas binnenkomt, zonder het licht volledig te blokkeren. Dit is relevant bij grote glazen dakvlakken op een zuidgevel, waar de warmtebelasting in de zomer hoog kan zijn. Triple glas voegt een extra ruit toe aan het pakket. Dat verhoogt de isolatiewaarde. De beglazingskeuze wordt afgestemd op de oriëntatie, het gebruik en het daglichtvereiste van de ruimte.
Vrije zichtlijnen en lichte afwerkingen versterken het lichteffect
De lichtopbrengst in een serre wordt mede bepaald door de inrichting van de ruimte. Ook de afwerking van de wanden speelt daarin een rol. Donkere muren en plafonds absorberen licht. Lichte afwerkingen kaatsen licht terug en verspreiden het verder door de ruimte.
Vrije zichtlijnen vanuit de serre richting de woonkamer laten daglicht dieper de woning instromen. Vaste wanden of meubels direct voor gevelopeningen beperken dit effect. Het is daarom zinvol om al in de ontwerpfase na te denken over de indeling van de ruimte en de positie van de gevelopeningen. Voorbeelden van gevelopeningen zijn een schuifpui of een vouwwand.

Zonwering als onderdeel van het ontwerp
Grote glasoppervlakken brengen meer licht binnen, maar ook meer warmte. Zonder aanvullende maatregelen kan een serre in de zomer te warm worden. Dan is de ruimte niet prettig bruikbaar. Zonwering is dan geen optionele toevoeging, maar een functioneel onderdeel van het totaalontwerp.
Bij aluminium serres zijn meerdere vormen van zonwering toepasbaar, afhankelijk van de constructie en het gebruik. Buitenzonwering is effectiever dan inwendige zonwering. Bij buitenzonwering vindt de warmteabsorptie buiten het glasvlak plaats. Lamellen sturen het licht zonder de zichtlijn volledig te blokkeren. De zichtlijn blijft zo behouden. De toepassing wordt per project bepaald op basis van oriëntatie, dakvorm en glasoppervlak.
Gevelopeningen bepalen de verbinding met de woning
Een serre staat niet los van de woning. De aansluiting op de bestaande gevel bepaalt hoeveel daglicht vanuit de serre ook de aangrenzende ruimtes bereikt. Een grote opening tussen serre en woonkamer laat licht dieper de woning instromen. Een kleinere opening beperkt dat effect.
De gevelopeningen in de serre zelf zijn beschikbaar in verschillende uitvoeringen:
- Schuifpui: brede opening, horizontaal schuivend
- Vouwwand: volledige openstelling van de gevel mogelijk
- Openslaande deuren: klassiek, geschikt voor smallere openingen
- Vaste kozijnen: zonder bewegende delen, alleen voor lichtinval
Ter Huurne stemt de keuze van gevelopening af op de looproute en het gebruik. De gewenste verbinding met de tuin wordt daarin ook meegenomen. Een vouwwand of schuifpui geeft de meeste flexibiliteit in het openen van de ruimte en laat het meeste licht toe.
Lichtinval vraagt om een samenhangend ontwerp
Daglicht in een serre is het resultaat van keuzes die samenhangen. Profieldikte, dakvorm, oriëntatie, beglazing, gevelopeningen en zonwering werken op elkaar in. Een grote glaspartij zonder passende beglazing leidt tot warmteproblemen. Hetzelfde geldt zonder zonwering. Een glazen dak levert minder licht op dan verwacht als de oriëntatie niet in het ontwerp is meegenomen. Dat betekent concreet dat de dakrichting en de stand van de zon op elkaar worden afgestemd. Alleen wanneer deze elementen in samenhang worden ontworpen, ontstaat een serre die het hele jaar door aangenaam is.
Ter Huurne ontwerpt elke serre op maat op basis van uw woning, de beschikbare ruimte en het beoogde gebruik. Het ontwerpproces start met een adviesgesprek, gevolgd door een 3D-ontwerp. In dat ontwerp worden alle onderdelen op elkaar afgestemd. Ter Huurne produceert in de eigen fabriek. Een eigen montageteam verzorgt de montage. Zo bewaakt Ter Huurne elk onderdeel van het proces, van eerste schets tot oplevering. Wilt u weten wat een serre met optimale lichtinval voor uw woning betekent? Vraag een offerte aan en ontvang een ontwerp dat is afgestemd op uw situatie.
